“Weg met het spirituele masker des ondeugd”.

Mijn gevoelens en denken zijn niet staccato en niet zwart/wit, ik speel graag met woorden en gedachtengangen.
Daarin ren ik rond als een blij kind dat zich verwondert over vanalles en regelmatig struikelt.

Kan iemand wel leven zonder oordelen? Mijn idee is van niet.
Toch blijf ik mijzelf die vraag stellen. Er zit een irritatie bij mij rondom dat woord als het wordt uitgesproken
in bepaalde context.

Waarnemingen van je gevoelens en zintuigen gaan als vanzelf door een filter. Je lichaam doet het vanzelf.
Alles gaat door een filter van oordeel. Je brein doet het, je cellen doen het, je darmen doen het fanatiek.
Als je dat niet deed, zou je ook niet kunnen poepen. Dus; er is altijd gezeik of je dat wilt of niet.

Binnen spirituele bewegingen lees en hoor ik zeer vaak dat men niet moet oordelen.
‘Kak’, denk ik dan. Daar gaan we dan. “Jawel, zeg ik dan maar je bedoelt waarschijnlijk ver-oordelen”.
Dat is in mijn beleving een belangrijke nuance.

Ik snap het wel, dat “oordelen”, maar de plank of spijker zijn niet aanwezig.
Vaak bedoelt men dan dat je niet moet verwerpen, bestraffen of negatief bekritiseren,
dat je de ander in hun waarde moet te laten, jezelf niet boven een ander moet plaatsen, en zomeer.
Dat is mooi he, dat je dit nastreeft en het beste uit je wil halen om een zo goed mogelijke medemens te zijn.
Maar dat is niet wat oordelen inhoudt. Tenzij je niet wilt dat je een mening mag vormen. Of beter, dat de ander geen mening mag vormen.

Helaas wordt er vaak genoeg niet duidelijk benoemt wat men écht bedoelt. Het woord “oordelen” komt al snel naar boven dat als een
vaandel dat hoog wordt gedragen temidden van zoektochten naar verlichting.

Dat irriteert mij. En ja, dat gevoel, die irritatie ligt bij mij en is van mij.
Ik heb daar recht op en draag het bewust. En wat doe ik ermee?
Deze opinie schrijven omdat ik graag deze lading wil uitten en daarmee de digitale kosmos inschiet.

Enfin, terug naar “Het masker des ondeugd” zoals ik het noem.

Met dat woord en de uitlating van ‘je mag / we mogen niet oordelen” bekruipt mij een naar gevoel in de buik van wat niet zo fris en respectvol is als het lijkt.
Dit komt door het onuitgesproken deel: “want….”

“Je mag niet oordelen” (want…)
“We mogen niet oordelen” (want…)
“dat is een oordeel” (want…)

– dat is niet zuiver
– dat is niet respectvol
– dat is teken van dualiteit
– dan zit je niet op de hogere trilling

Hier zijn de verbogen ladingen die niet worden gecommuniceerd en die twee richtingen opgaan.
Namelijk naar de ander en naar zichzelf. Men oordeelt over het feit dat er een oordeel is.
Daarmee veroordeelt de veroordeler de oordeler en veroordeelt daarmee (onbewust) zichzelf tot hetzelfde.

Deze houding of stelling komt tegenstrijdig over.
Men veroordeelt hetgeen waarover een ander een oordeel heeft.

Een oordeel is een mening. Ieder men heeft recht op een mening.
Je vind iets mooi, fijn, prettig of lelijk, lekker of vies enzovoorts.
Het kan dus ook gaan om een persoonlijke afkeuring van iets, een gezichtspunt, houding en visie ten opzichte van iets.
Je keurt daarmee niet per definitie een persoon af.
Je mag een voorkeur hebben en je hoeft het niet eens te zijn met..
Als je dit niet mag toelaten bij jezelf, kom je vanzelf in de knoop te zitten omdat het je persoonlijke ontwikkeling remt.
Het wordt een zware steen om de nek. Vooral daar omdat daar de emoties huishouden.

Er is dus niets mis met het feit dat je kan en zal oordelen.
Het is onderdeel van je karaktervorming.

Een veroordeling is een afkeuring, damnatie, schuldigverklaring, verwerping en vonnis.
Je wilt dat iemand straf krijgt of boete moet doen. Je wil iemand verbannen of opsluiten.
Totale afwijzing van iets of iemand.
En nee, dat is niet gezond om daar mee bezig te zijn elke dag tenzij het je juridische beroep is en daar een degelijk studie voor achter de kiezen hebt.

Als je lichaam dat zou doen, alles veroordelen, dan, ja, geen idee eigenlijk maar in mijn beeldvorming ziet dat er spectaculair bizar uit.

De lading bij veroordeling ligt zwaarder en dient in mijn beleving niet zo snel gegeven te worden.
Want wie ben jij (retorisch) om een ander te veroordelen.

Het helpt natuurlijk wel in het ervaren van welbevinden dat je eigen oordelingen niet zo kritisch en zwaar zijn.
Dat er enige speelsheid en humor mee gemoeid gaat. Dat maakt het luchtiger en verdraagzamer.
Ik vind dat ik met alle plezier elke dag oordeel en dat zal ik blijven doen zolang ik in dit lichaam mag rondzwerven.
Want mijn lichaam is er niet voor niets en die wil graag zijn ervaringen delen met mij.