Een beklag van een boskabouter die z’n dag niet had.

de bomen geven takkeherrie vandaag en nemen geen blad voor de mond. Ze bewegen met alle winden mee en hun kruin zit vol luizen. Het kraakt het t piept aan alle kanten tot aan de tenen en alsof dat nog niet genoeg is hebben sommige een houten hoofd waarop zelfs de specht niet kan doordringen. Tjonge ik krijg er een puntmuts van! De Populier ratelt maar door over zijn balkenbrei, de wilg moest zonodig weer een nieuw knotje en ging net zolang doorzeuren dat het treurig werd. Een hazelaar had weer noten op de zang, zoveel dat de lijster zich verslikte in de besjes. De andere hazelaars kregen er kromme tenen van. Net als die van mij. Verdraaid die schoenen zitten dan strak. Al die eikels in t bos liggen zogezegd voor t oprapen hier! “De beuk erin!”, zou ik haast zeggen, ware het niet dat de eekhoorns dan weer verwarring en onrust zaaien. En dan mag ik weer gaan opruimen of vertellen waar alles ligt. De vlier doet ook geen ene fluit aan al dat gezever en gedoe.

Ja, wel alles goed afluisteren en verklikken! Judas dat ‘t is. En zonder te vragen gaat het in alle geuren en zwartgalligheid vertellen wat het onlangs nog gehoord heeft;” Luister es, het is lente dus ieder knopje draait weer even ver open. Dus als vanouds stuift er vanalles op en gaan er ongetwijfeld tranen rollen. Je kan eromheen gaan draaien maar jouw oplossing is niet de sleutel, blah blah blah”. *ZUCHT* Alsof je daar op zit te wachten.

Tijd voor Stam plus Thee en een kersverse taart.

Bromtol.